Een gemeente mag er bij het maken van het warmteprogramma van uitgaan dat er voldoende duurzame elektriciteit in Nederland beschikbaar komt. Wel is aandacht nodig voor de beschikbaarheid van voldoende elektriciteit tijdens de piekmomenten (bijvoorbeeld in de wintermaanden). Een eventueel tekort kan opgevangen worden met opslag, import, afschakelen, etc. Dit kan gevolgen hebben voor de prijs van elektriciteit op piekmomenten.
Meer over de beschikbaarheid en kosten van energiedragers staat in het verdiepende rapport (deze wordt gepubliceerd in maart)
Voor deze strategie zijn in de eerste plaats gebouweigenaren zelf aan zet om te investeren. Buurtcollectieven kunnen een rol spelen met gezamenlijke inkoopacties. De gemeente dient bij de netbeheerder na te gaan of het elektriciteitsnet wel op tijd voldoende verzwaard kan worden (indien nodig).
Meer informatie over de behandeling van netcongestie in de Startanalyse staat op het informatieblad over netverzwaring en netcongestie.
Rondom de plaatsing van warmtepompen spelen diverse vragen. Is isolatie haalbaar, en is er plek voor installaties? In oude gebouwen – en zeker in monumenten – is het lastig of heel duur om het benodigde isolatieniveau (minimaal schillabel B) te behalen. Is er ruimte in de woning voor de warmtepomp en ook voor het boilervat? Mag een boring gedaan worden (bodemwarmtepomp) of kan er – zonder overlast voor de omgeving – een buiteneenheid geplaatst worden (luchtwarmtepomp)? Dit zijn praktische overwegingen die niet meegenomen worden in de berekeningen van de Startanalyse, maar wel een rol kunnen spelen in het besluitvormingsproces van gemeenten en andere partijen.
Meer informatie over het plaatsen van een warmtepomp is te vinden op de website van Milieu Centraal.
Geothermie is op veel plekken in Nederland te vinden en kan onder voorbehoud van een aantal voorwaarden en factoren worden ingezet. Op langere termijn is er onzekerheid over de beschikbaarheid van restwarmte, bijvoorbeeld doordat bedrijven hun bedrijfsproces aanpassen. Dit betekent dat er een goede bronnenstrategie voor de korte en lange termijn nodig is om deze strategie betrouwbaar uit te kunnen voeren.
Meer informatie hierover in het ontwikkelperspectief duurzame warmtebronnen.
Voor de ontwikkeling van warmtenetten is het nodig dat een groot deel van de gebouweigenaren in een gebied gaat deelnemen. Hoe meer van hen individuele strategieën (zoals een elektrische warmtepomp) kiezen, hoe duurder de warmtenetstrategie (S2) relatief wordt. In het geval dat een warmtenet aantrekkelijk is voor buurten zal er snel een traject gestart moeten worden om deze strategie collectief uit te kunnen voeren.
Meer informatie staat in de Handreiking voor lokale analyse van het NPLW. Deze wordt eind februari gepubliceerd.
Bij warmtenetten met middentemperatuurbronnen is doorgaans een minimale schaalgrootte nodig. Bij geothermieprojecten geldt bijvoorbeeld de vuistregel van minimaal 5.000 aansluitingen. Om deze strategie toe te passen tegen aanvaardbare kosten, is het doorgaans nodig dat omliggende buurten ook meedoen.
Om een indruk te krijgen van de kosten en het benodigde aantal aansluitingen, kun je de template businesscases warmtenetten van het NPLW gebruiken.
In theorie zijn er heel veel lagetemperatuur-warmtebronnen, zoals supermarkten, datacenters, en oppervlaktewater, maar de informatie over deze bronnen is beperkt beschikbaar. Om deze strategie in te zetten moet altijd lokaal worden nagegaan of bronnen ook echt geschikt en op lange termijn beschikbaar zijn.
Meer technische informatie over lagetemperatuur-bronnen kun je vinden in de Warmteatlas van de RVO.
Lagetemperatuur-warmtenetten die maatwerk vereisen. Denk hierbij aan maatwerk rondom de organisatie van beheer & onderhoud, of rondom het eigenaarschap van de infrastructuur. Dit kan een complexe samenwerking betekenen tussen meerdere eigenaren van bronnen, beheerders van de infrastructuur en afnemers. Deze strategie wordt nu vaak kleinschaliger toegepast dan middentemperatuurwarmtenetten, maar kan in de toekomst worden opgeschaald.
Meer informatie is te vinden in de Handreiking voor lokale analyse van het NPLW. Deze wordt eind februari gepubliceerd.
Lagetemperatuur-warmtenetten bestaan uit meerdere en complexere componenten dan middentemperatuur-warmtenetten. Daaronder vallen vaak meerdere bronnen, warmtepompen, en warmteopslag (bijvoorbeeld in een WKO of buffervat). Om goed te functioneren moeten al deze systemen goed ingeregeld en aangestuurd worden. Bij veel huidige systemen kan dat nog niet zonder een back-upsysteem dat ook op gas kan werken.
Momenteel klimaatneutraal gas nog nauwelijks beschikbaar en ook in de toekomst is het niet zeker hoeveel er geproduceerd zal worden. Daarbij is er op dit moment ook geen verdelingsmechanisme dat bepaalt wie mag beschikken over het schaarse klimaatneutrale gas. In de hoofdberekeningen van de Startanalyse is uitgegaan van 2 miljard kubieke meter klimaatneutraal gas, maar worden gevoeligheidsanalyses gedaan waarin een beperktere hoeveelheid klimaatneutraal gas beschikbaar is. Het klimaatneutrale gas wordt, binnen de Startanalyse, verdeeld op basis van het kostenverschil tussen klimaatneutraal gas en de één na goedkoopste strategie. De buurten waar dit kostenverschil het grootste is krijgen als eerste klimaatneutraal gas toegewezen.
In het verdiepende rapport staat een uitgebreide toelichting over de beschikbaarheid van klimaatneutraal gas. Deze wordt gepubliceerd in maart.
Er is nu nog geen regeling waardoor gemeenten bepaalde buurten kunnen aanwijzen voor klimaatneutraal gas. Gemeenten kunnen beter starten met buurten waar andere strategieën lage nationale kosten met zich meebrengen. Indien het duidelijk is dat een buurt baat heeft bij een gasstrategie, dan kan overwogen worden om maatregelen te nemen voor ‘aardgasvrij-ready’.
Meer informatie is te vinden in de Handreiking voor lokale analyse van het NPLW. Deze wordt eind februari gepubliceerd.
Voor de toepassing van klimaatneutraal gas hoeven er geen grote aanpassingen gedaan te worden. Wanneer er wordt gekozen voor groen gas hoeven er helemaal geen aanpassingen gedaan te worden en bij de keuze voor waterstof zal het een kleine aanpassing vragen aan de ketel van de hybride warmtepomp en het leidingnet in de buurt. Vanwege de onzekerheid in de beschikbaarheid van klimaatneutraal gas is het meestal wel aan te raden om zoveel mogelijk gebruik te maken van na-isolatie in combinatie met de hybride warmtepomp.
Meer informatie is te vinden in de Handreiking voor lokale analyse van het NPLW. Deze wordt eind februari gepubliceerd.